Wat zijn de gevolgen van Prinsjesdag 2022 voor werkenden en werkgevers?

De belangrijkste zaken op een rij
Wat zijn de gevolgen van Prinsjesdag 2022 voor werkenden en werkgevers? Bij veel maatregelen staat vooral het financieel aantrekkelijker maken van werken centraal. We hebben de belangrijkste ingrepen voor u op een rij gezet.

 

Stijging minimumloon met ruim 10 procent
Een maatregel die al een tijdje werd aangekondigd, is dat het minimumloon per 1 januari met 10,15 procent stijgt. Dat is inclusief de gebruikelijke indexatie. Het moet de koopkracht van werknemers met lagere inkomens versterken. De AOW en de bijstand en de bestaande loongerelateerde uitkeringen (WIA, WAO, WW, ZW en verlofregelingen) gaan ook met deze 10 procent omhoog. De maatregel moet naast het koopkrachteffect werken aantrekkelijker maken. De stijging van het minimumloon is veel hoger dan de eerder geplande verhoging van in totaal 7,5 procent over drie jaar. Verder komt er per 1 januari 2024 een wettelijk minimumuurloon op basis van een 36-urige werkweek.

 

Minder belasting op arbeid
Het kabinet verlaagt de belasting op arbeid. Ten eerste gaat het laagste tarief van de inkomstenbelasting omlaag van 37,07 procent naar 36,93 procent. Het inkomen waarvoor dit tarief geldt, stijgt flink van 69.398 naar 73.031 euro. Dit verlaagt de gemiddelde belastingdruk voor alle inkomens. Daarnaast stijgt het budget voor de arbeidskorting, een belastingkorting voor werkenden die afhangt van de hoogte van het arbeidsinkomen, structureel met 500 miljoen euro. Dat is in aanvulling op de toename van de arbeidskorting in het coalitieakkoord. Hiervoor verhoogt het kabinet het tweede en derde knikpunt met 89 euro. Het afbouwpercentage stijgt naar 6,51 procent. Dit moet een baan aantrekkelijker maken. Momenteel kent de arbeidskorting drie knikpunten bij een arbeidsinkomen van 10.350 euro, 22.357 euro en 36.650 euro. Het huidige afbouwpercentage is 5,86 procent.

 

Verder versnelde afbouw zelfstandigenaftrek
Het kabinet gaat de zelfstandigenaftrek nog sneller afbouwen dan in het coalitieakkoord was afgesproken en verlaagt deze bovendien verder naar 900 euro. Met de versnelde afbouw bedraagt de zelfstandigenaftrek al 1.200 euro in 2026 en in 2027 nog maar 900 euro. Dit brengt volgens het kabinet meer evenwicht in het belasten van verschillende typen werkenden (werknemers en IB-ondernemers). De verhoging van de zelfstandigenaftrek voor starters, de startersaftrek, blijft net als eerder ongewijzigd (2.123 euro).

 

Lagere lasten mkb-werkgevers
Voor lagere lasten op arbeid verlaagt het kabinet ook de lasten voor mkb-ondernemers. De opbrengst van de verhoging van het lage tarief van de vennootschapsbelasting wordt voornamelijk teruggegeven aan het mkb. Hieraan besteedt het kabinet jaarlijks 500 miljoen euro in de jaren 2023 tot en met 2027. Vanaf 2028 bedraagt de structurele reservering hiervoor 600 miljoen euro. De lastenverlichting houdt een verlaging in van de Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof)-premie voor kleine werkgevers en een verruiming van de werkkostenregeling (WKR) met 50 miljoen euro.

 

Verhoging vennootschapsbelasting
Het lage tarief van de vennootschapsbelasting (vpb) gaat per 1 januari 2023 van 15 procent naar 19 procent. Daarbij daalt de grens van de eerste schijf in de vpb van 395.000 euro naar 200.000 euro vanaf 1 januari 2023. Hierdoor betalen bedrijven met ingang van 1 januari 2023 het hoge vpb-tarief van 25,8% vanaf een belastbaar bedrag van meer dan 200.000 euro. De maatregel moet bijdragen aan de middelen van het Rijk en de disbalans in het belasten van werknemers, IB-ondernemers en directeur-grootaandeelhouders (dga’s) verkleinen.

 

Afschaffing doelmatigheidsmarge dga’s
Directeur-grootaandeelhouders (dga’s) gaan meer belasting betalen. Het kabinet wil de doelmatigheidsmarge afschaffen. Bij deze regeling betalen dga’s minder belasting over hun inkomen dan werknemers met een vergelijkbaar loon. Het afschaffen van de doelmatigheidsmarge leidt ertoe dat het inkomen van ondernemers gelijker wordt belast ten opzichte van dat van werknemers.

 

Onbelaste reiskostenvergoeding stijgt
De onbelaste reiskostenvergoeding stijgt van 19 cent per kilometer naar 21 cent per kilometer per 1 januari 2023. Dat heeft te maken met de toename van de reiskosten voor werknemers en met het feit dat de maximale onbelaste reiskostenvergoeding sinds 2006 niet meer is gewijzigd. Het maximum van de onbelaste reiskostenvergoeding gaat zo sneller omhoog dan in het coalitieakkoord staat.

 

Bijtelling zakelijke emissievrije personenauto
De afbouw van het bijtellingspercentage voor privégebruik van een zakelijke emissievrije personenauto (EV) verloopt volgens het Klimaatakkoord. Net als in 2022 is er in 2023 een korting van 6 procent op de standaardbijtelling van 22 procent. Daarmee blijft de bijtelling 16 procent voor EV’s. Daarnaast gaat de catalogusprijs waarover de korting op het bijtellingspercentage voor EV’s geldt naar beneden van 35.000 euro in 2022 naar 30.000 euro in 2023.

 

Beperking 30%-regeling tot WNT-norm
Werknemers die vanuit het buitenland naar Nederland komen om te werken, kunnen vanwege de 30%-regeling maximaal 30 procent van hun loon onbelast ontvangen als vergoeding voor de zogenoemde extraterritoriale kosten. Dat zijn de extra kosten van hun verblijf buiten het land van herkomst. Deze regeling gaat nu gelden tot maximaal de Wet normering van topinkomens (WNT)-norm (2022: 216.000 euro).

 

Kinderopvangtoeslag niet meer afhankelijk van gewerkte uren
De hoogte van de kinderopvangtoeslag hangt vanaf 2023 niet meer af van het aantal gewerkte uren. Daarnaast gaat het vergoedingspercentage van de kinderopvangtoeslag van 95 naar 96 procent per 2025. Hierdoor behouden ook de laagste inkomens minstens hun huidige vergoeding bij de invoering van een nieuw, eenvoudiger stelsel voor kinderopvang.

 

Afschaffing IACK
De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) is een fiscale heffingskorting voor alleenstaande ouders of minstverdienende partners die arbeid en zorg voor jonge kinderen combineren. De regeling moet de arbeidsparticipatie van deze groep bevorderen. Vanuit het coalitieakkoord stelt het kabinet voor om de IACK per 2025 af te schaffen, behalve voor ouders met (een of meer) voor 1 januari 2025 geboren kinderen. De afschaffing moet bijdragen aan de vereenvoudiging van het belastingstelsel.

 

Vernieuwing pensioenstelsel
Als de Tweede en Eerste Kamer instemmen met de Wet toekomst pensioenen, dan verandert het Nederlandse pensioenstelsel per 1 januari 2023. Dat betekent een vlakke premie in plaats van een doorsneepremie. Iedereen binnen een pensioenregeling betaalt hetzelfde premiepercentage, ongeacht de leeftijd. Dit betekent een aanpassing van alle pensioenregelingen in Nederland. In het nieuwe stelsel gaan de pensioenen meer meebewegen met de economische ontwikkelingen. Ook past de nieuwe premiesystematiek volgens het kabinet beter bij de huidige arbeidsmarkt, waarbij werknemers vaker van baan wisselen of als zelfstandige gaan werken. Ook horen bij de pensioenhervorming wijzigingen in het nabestaandenpensioen, die ervoor zorgen dat de risico’s voor nabestaanden verminderen.

 

Veranderde afbouw algemene heffingskorting
De algemene heffingskorting (AHK) van maximaal 2.888 euro geldt voor iedere belastingplichtige en wordt bij een inkomen uit werk en woning van meer dan 21.317 euro (2022) afgebouwd met 6,007 procent tot nihil bij een inkomen van meer dan 69.398 euro (start tweede tariefschijf in box 1). Het kabinet wil de afbouw van de AHK nu afhankelijk maken van het verzamelinkomen. Hiermee bepalen ook het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) de hoogte van de AHK. Daarmee wordt inkomen uit vermogen (box 2- en box 3-inkomen) voor de AHK op een gelijke wijze belast als het box 1-inkomen uit werk en woning.

Aanpassing STAP-budget 

Dit jaar is het STAP-budget van start gegaan, waarbij iedereen tussen de 18 en de AOW-leeftijd jaarlijks aanspraak kan maken op 1.000 euro voor scholing die de positie op de arbeidsmarkt verbetert. Omdat niet alle groepen in de samenleving evenveel deelnemen aan scholing, stelt het kabinet meer scholingsbudget beschikbaar voor mensen die in hun jeugd minder onderwijs hebben gevolgd en daardoor een kwetsbaarder positie op de arbeidsmarkt hebben. Vanuit het coalitieakkoord is jaarlijks 125 miljoen euro (periode 2023 – 2026) extra beschikbaar voor het bevorderen van permanente scholing. Dit bedrag voegt het kabinet toe aan de STAP-regeling. Per 2023 komt het eerste deel van dit aanvullende budget beschikbaar voor mensen die maximaal een mbo-diploma hebben op niveau 4.

 

Wijziging Participatiewet
Een wetsvoorstel voor wijziging van de Participatiewet moet zorgen dat deze beter aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van de doelgroep van de wet. Daarnaast maakt het wetsvoorstel het voor werkgevers gemakkelijker om deze mensen in dienst te nemen en te houden. Het wetsvoorstel (breed offensief) zou per 1 januari 2023 na goedkeuring door het parlement in werking moeten treden.

 

Certificering uitzendsector
Het kabinet wil malafide praktijken in de uitzendsector aanpakken. Hiervoor werkt het aan een certificeringsstelsel voor uitzendbureaus. Voor het krijgen en behouden van een certificaat moeten uitleners (uitzendbureaus) aantonen dat zij voldoen aan certificeringsnormen. Inleners (inhurende bedrijven) moeten bewijzen dat ze met gecertificeerde bedrijven werken. De certificering moet ook bijdragen aan het voorkomen van misstanden bij arbeidsmigratie. Verder versterkt het kabinet de handhaving en verbetert het de informatievoorziening aan arbeidsmigranten.

 

Aanpakken krapte arbeidsmarkt
Naast hiervoor genoemde maatregelen om werken lonender te maken, wil het kabinet knelpunten op de arbeidsmarkt door krapte aanpakken. Daarvoor zet het in op het verminderen van de vraag naar arbeid, het vergroten van het arbeidsaanbod en het verbeteren van de afstemming tussen vraag naar en aanbod van arbeid. Het gaat bijvoorbeeld om het stimuleren van technologie en procesinnovatie, meer uren werken en een leven lang ontwikkelen. Verder roept het kabinet werkgevers op om betere arbeidsvoorwaarden aan te bieden, anders te werven en te kijken naar ‘onderbenutte’ deeltijd-werknemers. Daarnaast onderzoekt het kabinet verdergaande maatregelen om te voorkomen dat de krappe arbeidsmarkt het functioneren van Nederland en de uitvoering van belangrijke transities belemmert.

Heeft u vragen m.b.t uw verzekering?
Neem dan contact met ons op. We zijn van maandag tot en met vrijdag van tussen 8.00 en 17.30 uur bereikbaar.

Bel 040 21 11 789 of mail ons op info@leve.nl